• Bob van der Velde woont in Hoofddorp, maar zet zich al bijna twintig jaar in voor het G-team van CTO'70.

    Naomi Heidinga

Kettinggesprek: Plezier staat voorop voor Bob van der Velde

DUIVENDRECHT Bob van der Velde is al bijna twintig jaar trainer en begeleider van het G-team van CTO'70. Daarnaast is hij commissielid bij de KNVB voor deze doelgroep, en is hij verantwoordelijk voor de competitie-indeling van de G-teams in Noord-Holland en Utrecht.

Naomi Heidinga

Vorige kandidaat Cees Houweling vraagt hem: hoe zie je de toekomst van het G-voetbal?

"Die zie ik wel zonnig in," aldus Bob. "De KNVB heeft steeds meer aandacht voor het G-voetbal. Ook wordt er meer voorlichting gegeven aan clubs over G-voetbal. Zo worden diverse cursussen georganiseerd, bijvoorbeeld voor G-scheidsrechters."

Zo'n twintig jaar geleden nam Bob het stokje wat betreft het G-voetbal over van een vriendin. Sindsdien is hij trainer en begeleider van een G-team van CTO'70. Hij heeft nu een groep van dertien spelers onder zijn hoede. Samen met een andere begeleider verzorgt hij de trainingen en begeleidt hij de spelers tijdens wedstrijden.

Wat voor team is het?

"Het gaat om een groep spelers met over het algemeen een licht verstandelijke beperking. Ze kunnen best aardig voetballen. We draaien momenteel in de top van de hoogste klasse mee. Sommige spelers kunnen op dit niveau heel goed meekomen, voor anderen is dat lastiger. Maar met een beetje steun van hun teamgenoten lukt het wel."

Wat betekent dit voor de manier waarop jullie een training geven?

"We kunnen een vrij normale voetbaltraining geven. Het lijkt qua niveau een beetje op een pupillentraining. We proberen ze goed positiespel te leren. Samenspelen is echter het belangrijkste, dat gaat boven de prestatie. Dat geldt tijdens wedstrijden ook. Het belangrijkste is plezier maken. Als het niet goed gaat, is het weleens lastig. Dan kunnen spelers op elkaar gaan mopperen. Zaak is om dan toch het plezier erin te houden. We willen wel winnen, maar niet ten koste van alles. Een goede sfeer staat voorop."

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen als coach bij deze doelgroep?

"Ik ben geduldig van aard, dat komt bij deze doelgroep van pas. Humor is ook belangrijk. Soms denk je weleens: waar zijn we mee bezig? Als het een avond niet loopt, en iemand wordt onrustig, dan ontstaat er een soort kettingreactie. Maar als het wel goed gaat, dan is het heel leuk."

Hoe vullen jullie elkaar aan?

"Bij de training gaat dat heel natuurlijk. Tijdens de wedstrijden hebben we een heel duidelijke taakverdeling: ik sta langs de lijn en doe de wissels, en mijn medetrainer staat achter het doel om de verdediging goed neer te zetten."

Hoe staat het met het G-voetbal bij CTO'70?

"We hebben nu één team met dertien spelers. We hebben een periode twee teams gehad, met in totaal dertig spelers. Er is nogal wat verloop. Van de groep van 20 jaar geleden spelen er nog 3. Het gaat een beetje in golven: we zien dat de spelers om de zoveel jaar naar een andere club gaan."

Dat lijkt me lastig voor de continuïteit. Heb je er een verklaring voor?

"Ja, dat klopt, dat is ook lastig voor verengingen. Veel spelers kennen elkaar van school of de dagbesteding en zijn met elkaar bevriend. Als iemand overstapt naar een andere club, neemt men vaak zijn vrienden mee. Daardoor heb je bij sommige clubs te weinig spelers om een team te vormen, om mee te kunnen doen aan wedstrijden. Dat is jammer, daarom probeert de KNVB de communicatie tussen clubs te bevorderen, zodat je niet overal een klein groepje spelers krijgt, maar volwaardige teams."

Wat doe je voor de KNVB?

"Ik maak de competitie indeling. Er zijn 52 teams in onze regio, die uit Utrecht en Noord-Holland bestaat. In theorie betekent dit dat we qua uitwedstrijden van Texel tot in Veenendaal zouden kunnen moeten spelen. Dat zijn grote afstanden, daarom probeer ik teams zoveel mogelijk in hun regio in te delen. Ik ken de clubs en weet wat er gaande is, dat kan ik ook aflezen aan de resultaten. In de G-competitie gaat promotie en degradatie een beetje anders, zoals gezegd wordt er rekening gehouden met afstand. Wanneer teams een talentvolle speler erbij krijgen, kan dat al veel invloed hebben op het algehele niveau van het team. Daarom kijk ik twee keer per jaar naar een nieuwe teamindeling."

Hoe ziet zo'n rit naar een uitwedstrijd eruit?

"We huren twee busjes en wij zitten als begeleiders achter het stuur. De ene bus is heel druk en de andere vrij rustig, wat dat betreft zoeken ze elkaar wel op."

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

"Annemarieke Baerents. Ze heeft een eigen kraam op de Albert Cuypmarkt. Wat is in al die jaren het leukste moment bij haar kraam geweest?"