• Ronald vindt zijn werk nog steeds leuk. - Ik heb vaak helemaal niet het idee dat ik aan het werk ben. -

    Naomi Heidinga

Kapper Ronald de Munk: Stoer, met een klein hartje

DUIVENDRECHT Ronald de Munk werkt al 30 jaar in de kapsalon aan het Dorpsplein, die sinds 25 jaar van hem is. Toen hij klein was, wist hij al dat hij kapper wilde worden. En nog steeds doet hij het met veel plezier. "Het voelt niet als werk, het is hier heel gezellig." Vorige kandidaat Zbyszek Barczyk is benieuwd naar anekdotes van de kapper.

Dat is best lastig, vindt Ronald. Hij wil niet dat mensen zich in een verhaal herkennen. De Duivendrechtse kapper komt met zijn tatoeages, kledingstijl en verzorgde baard stoer over. Maar hij heeft een klein hartje, verzekert hij. Dat blijkt uit zijn aandacht voor de honden. Hij heeft er twee: een Berner Senner en een voormalige blindengeleidehond. De laatste wijkt niet van zijn zijde. "Deze hond heb ik via een klant, die hier jaren met de hond kwam. Ik heb hem geadopteerd na zijn pensioen. Zes jaar heeft hij met een bordje 'niet aaien' gelopen, de knuffels van al die jaren is hij nu aan het inhalen." Klanten vinden de honden wel gezellig. "En als iemand bang is, dan gaan de honden even naar achter."

Waarom heb je voor het kappersvak gekozen?

"Toen ik twaalf was wilde ik al kapper worden. Ik wilde het liefst een speciale pop met krullen, maar een jongen met meisjesspeelgoed, dat vond mijn vader niet oké. Mijn buurmeisje had wel zo'n pop, dus daarom speelde ik vaak bij haar. Op mijn zeventiende ben ik naar de kappersschool gegaan."

Wat vind je leuk aan het vak?

"Het creatieve aspect, en daarnaast het omgaan met mensen. Ik vind mijn werk nog steeds leuk. Ik heb helemaal niet het gevoel dat ik aan het werk ben. Het is hier gezellig, ik heb gesprekken met mensen die ik bij wijze van spreken ook op een zaterdag aan de bar zou kunnen hebben. En ik krijg er nog voor betaald ook."

Leuk aan deze tijd is echter dat eigenlijk alles kan.Hoe belangrijk is het uiterlijk voor jou?

"Ik vind het wel belangrijk dat ik er verzorgd uit zie. Ik moet wat dat betreft toch het goede voorbeeld geven."

Welke trends uit het verleden kunnen niet meer?

"Stevige permanentjes, dat is passé." Een van zijn werknemers vult aan: "Veel korte laagjes bij vrouwen en dan een mat in de nek, dat vind ik niet mooi." Ronald: "Leuk aan deze tijd is echter dat eigenlijk alles kan."

Word je weleens uitgedaagd door de klant?

"Soms komen mensen met plaatjes aanzetten van kapsels die moeilijk realiseerbaar zijn. Bijvoorbeeld omdat er veel verschillende kleurschakeringen inzitten. Aan zo'n kapsel is een hele dag gewerkt. Dan is het wel een uitdaging om mensen tevreden de deur uit te laten gaan. Sommige dingen kunnen gewoon niet. Zo hadden we eens een jongen die nauwelijks haar had, maar toch een half uur lang in modellenboeken had zitten kijken. Hij kwam uiteindelijk met een onmogelijk verzoek. We kunnen veel, maar niet toveren. Niet alle haarstijlen lenen zich voor bepaalde kapsels. Overigens zorgen we er wel voor dat we niet indutten als kapsalon. We volgen regelmatig cursussen. Nu is de hele barbertrend populair voor mannen. Daar wil je graag op in kunnen spelen. We hebben daarom bijscholing gevolgd."

In sommige kapsalons is het haat en nijd tussen het personeel. Hoe is dat bij jou?

"Bij ons gaat dat eigenlijk heel goed. Er werken hier vier meiden die goed met elkaar overweg kunnen. Cindy werkt hier al 24 jaar, Daniëlle 20 jaar. De goede sfeer, zonder onderling geroddel, dat valt onze klanten ook op. Misschien helpt het dat ik er zelf ook elke dag ben."

We kunnen veel, maar we kunnen niet toveren. Niet alle haarstijlen lenen zich voor bepaalde kapsels.Er komen steeds meer kapsalons bij. Baart dat je zorgen?

"Het afgelopen jaar heb ik er niet veel van gemerkt. Straks als de gemeente groter wordt, zullen er nog meer zaken bij komen. Daar maak ik me wel zorgen over. Blijven de mensen naar ons komen? Het zou mooi zijn als we nog jaren door kunnen gaan."

Niet te missen zijn de tatoeages op zijn arm. Hebben deze allemaal een betekenis?

"Ja, ik heb ze niet zomaar gekozen. Op mijn arm staan de vier leden van ABBA en regels uit hun songteksten. Twintig jaar geleden liet ik de eerste zetten, en daarbij is het zoals bij velen niet gebleven. Ik heb nog een paar plekjes over, dus daar moet nog wat komen. Maar daarvoor moet ik eerst nieuwe inspiratie hebben."

Je bent fan van ABBA?

"Al vanaf mijn vijfde. Ik heb de liefde voor hun muziek niet van mijn ouders, maar kwam er zelf mee in aanraking. Op mijn elfde ben ik naar een concert geweest. Ik draai niet elke dag hun muziek, maar wel regelmatig, als ik in de stemming ben. Ze hebben niet alleen vrolijke nummers gemaakt, maar ook meer gevoelige songs. ABBA is letterlijk onderdeel van mijn identiteit."

Wie nodig je uit voor het volgende gesprek?

"Josina den Burger, ze is trouwambtenaar. Ik wil haar vragen: wat is het meest bijzondere huwelijk dat je ooit hebt voltrokken?"

Naomi Heidinga