• Naomi Heidinga

Kettinggesprek met Wes Korrel: 'Vroeger zag je overal vogels'

OUDER-AMSTEL Wes Korrel is boer. Hij heeft een biologisch melkveebedrijf aan de Rondehoep West. Al jaren zet hij zich in voor het behoud van de Ronde Hoep en de weidevogel. Een manier om dit te bewerkstelligen is het produceren van zuivel onder het merk AmstelNatuurZuivel. Voordat de zuivel verkocht kan worden, moeten eerst allerlei dingen geregeld worden. Hans Out neemt daar vast een voorsprong op en vraagt Wes: "Waar sta je over tien jaar met je producten uit de Ronde Hoep?"

Naomi Heidinga

Wordt de Ronde Hoep bedreigd?

"Je voelt wel de druk van de stad. De grootste bedreiging voor het gebied is, denk ik, het tekort aan opvolgers voor boeren. Veel mensen houden van het gebied zoals het nu is. Een polderlandschap, waar je kilometers ver kan kijken, waar koeien grazen. Om het zo te kunnen houden, heb je boeren nodig. Een oplossing is om de bestaande boerenbedrijven wat te laten groeien, maar dat is niet genoeg om het tekort aan opvolgers tegen te gaan."

Waar ben je bang voor?

"Wanneer er te weinig boeren zijn en boerenland vrijkomt, kunnen gemeenten of provincie een andere bestemming geven aan de grond. Bijvoorbeeld een park aanleggen, of een golfbaan toe staan. Dan is het nog steeds groen, maar het heeft niet meer dezelfde natuurwaarde. In ieder geval niet voor de weidevogel."

Waarom heeft de weidevogel het moeilijk?

"Dat heeft verschillende oorzaken, te beginnen bij het type grasland. Productiegras is weinig kruidenrijk. Daardoor is het minder aantrekkelijk voor insecten, een belangrijke voedselbron voor pullen (kuikens). En er wordt al heel vroeg in het seizoen gemaaid. De kuikens zijn dan nog te klein en kunnen niet op tijd wegkomen. Vroeger was het anders. Als ik met mijn vader het land in liep, zag en hoorde je overal vogels. Een aangepast maaibeleid was destijds niet nodig. Er werd meestal pas in juni gemaaid voor de hooibouw, en dan steeds een paar stukken. Hierdoor liepen de nesten en de pullen van de weidevogels nauwelijks gevaar."

Wat heeft de weidevogel nodig?

"Kruidenrijk grasland. Daarnaast mag er niet te snel gemaaid worden, of moeten er stroken zijn waar niet wordt gemaaid, waar de pullen hun toevlucht kunnen zoeken. In de Ronde Hoep en de Bovenkerkerpolder gaat het goed met de weidevogels. Met de boeren zijn afspraken gemaakt over het later maaien van (delen) van het grasland. Ook belangrijk is het landje van Geijsel, grasland dat tijdelijk onder water wordt gezet. Hier kunnen vooral steltlopers een veilig heenkomen zoeken en aansterken de lange reis uit Afrika. Het is moeite waard om in maart eens te gaan kijken hoeveel soorten vogels zich daar ophouden. Een ander uitje kan een weidevogel excursie zijn in de Ronde Hoep."

Hoe kan een zuivelmerk helpen bij het in stand houden van de weidevogel?

"In Amstelland werkt een aantal boeren samen met de Agrarische Natuur Vereniging, Vogelbescherming en Stichting Duurzaam Agrarisch Natuurbeheer om streekproducten te gaan produceren en verkopen. We richten ons in eerste instantie op witte zuivel: melk, yoghurt en kwark in verschillende varianten. Bij de coöperatie zijn boeren aangesloten die zich inzetten voor duurzaam weidevogelbeheer. Met de verkoop van gezonde en natuurvriendelijke producten hopen we extra geld binnen te halen, waarmee we maatregelen kunnen treffen om de weidevogel te behouden. Zoals boeren vergoeden voor het uitgesteld maaien en het zorgen voor kruidenrijke graslanden. Zo snijdt het mes aan meerdere kanten: het gebied wordt in stand gehouden, evenals de weidevogel. Boeren worden extra beloond voor hun inspanningen. En de 'Amsterdammer' drinkt melk uit Amstelland.

Wanneer zien we de producten in de schappen?

"Dat kan nog even duren. Het opzetten van een eigen zuivelmerk blijkt niet zo eenvoudig, er is al veel tijd in gaan zitten. Maar de voortekenen zijn goed. Waarschijnlijk kunnen we binnenkort beginnen."

Wes Korrel draagt Jo Blom voor als volgende kandidaat voor het kettinggesprek. "Ze zet zich in voor Stichting Oud-Duivendrecht. Ik wil haar vragen: Hoe kunnen we de cultuurhistorische elementen in onze gemeente behouden voor de toekomst?