• Een van de eiken boomstammen wordt uitgegraven.

    Paul Hiel
  • Boek uit 1694 van Casparus Commelin.

    Wolfgerus van Aemstel
  • Boek uit 1694 van Casparus Commelin.

    Wolfgerus van Aemstel

Heeft er een Oerbos in Ouderkerk gestaan?

OUDERKERK Heeft er een Oerbos in Ouderkerk gestaan? Dat is de vraag die de werkgroep archeologie aan Professor Esther Jansma heeft gesteld naar aanleiding van een paar in Ouderkerk opgegraven bomen, afgelopen voorjaar. En hoe oud is de uitgegraven boom?

Jansma is als student al vanaf de jaren tachtig betrokken geweest bij het dateren van alle in Abcoude en omgeving uit het veen omhoog gekomen bomen. Sindsdien heeft zij door haar onderzoek dendrochronologie als wetenschap in Nederland op de kaart gezet en is ze als buitengewoon hoogleraar verbonden aan de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed in Amersfoort.

BOMEN IN WEILANDEN Al eeuwenlang worden met de regelmaat van de klok bomen in de weilanden in Ouderkerk en omstreken aangetroffen. Deze komen door het inklinken van de grond omhoog. De bomen bezorgen de boeren last bij het maaien van het gras; daarom worden ze uitgegraven.

Al in de 17e eeuw wordt er melding gemaakt van deze bomen. Nicolaas Witsen ontdekte toen rond 1660 aan weerszijden van de Amstel enorme hoeveelheden bomen:

"Een gants onder-aerts bos van boomen .... 'tIs hout van verscheide soort, digt aan onse stat, sommige tacken vint men met de noten nog vaeck behangen. Vorder na Apkou streckt dit bos sig breet uijt, en daer is't al eijken, 't welck de boeren tot harr huijsbouw verbesigen."

In de 18e eeuw schrijft Ludovicus Smids over boomstortinge: "Omtrent Abkoude en Ouwerkerk, by Woerden en Oudewater, te Kamerik en in de Loosdrecht... worden somwylen opgedolven en uitgegraven stammen van boomen, alle swart en hard; schoon hout om te timmeren en daaken te leggen."

OORZAKEN Smids geeft vier mogelijke verklaringen voor het verschijnsel. De boomstorting zou ontstaan zijn door "het bidden van biskop Willebrord", daarmee "deese heidense bedeplaatsen vervloekende en dus omverrukkende."

Andere oorzaken zouden volgens Smids kunnen zijn "een yslyk onweer" dat alle bomen zou hebben neer geveld, of "dat de boomen uit andere landen of hier syn komen aandryven." Als laatste mogelijkheid wordt door hem genoemd "...of (maar dit is by my geenzins aanneemlyk) selve hier in het aardryke syn gegroeid."

Honderdtwintig jaar later wijdt W.C.H. Staring in zijn standaardwerk 'De bodem van Nederland' een hoofdstuk aan wat hij de wording van kienhout noemt. Staring komt daarbij tot de overtuigende conclusie dat de bomen, die in het veen naar boven komen, ter plaatse zijn gegroeid. De huidige opvatting (midden jaren tachtig van de negentiende eeuw dus) is dat de boomstammen overblijfselen zijn van het oorspronkelijke oerbos, dat op het pleistocene zand groeide. Dit is het zand dat is afgezet tijdens de laatste ijstijd, die circa 8000 voor Chr. eindigde. Bij de vorming van het Hollandveen bleven zij in de ondergrond staan en door inklinking van het veen komen de stammen zo nu en dan naar boven. Zo geeft het wilde woud zonder genade stukje bij beetje zijn geheimen prijs. Aldus Staring.

De bomen bleken na datering uit 137 na Christus te stammen.WOLFGERUS VAN AEMSTEL De werkgroep archeologie van de historische vereniging Wolfgerus van Aemstel kwam het stuk waarin Ludovicus Smids over boomstortinge schrijft enkele jaren geleden tegen in een archeologisch rapport van ADC, dat naar aanleiding van opgravingen in Abcoude was gemaakt. Bij de aanleg van een nieuwe woonwijk, en eerder al bij de aanleg van golfbaan "De Hoge Dijk" waren daarbij talloze bomen gevonden. De bomen bleken na datering uit 137 na Christus te stammen.

LEZING De historische vereniging Wolfgerus van Aemstel organiseert na afloop van haar ledenvergadering op donderdag 21 november een speciale lezing over dendrochronologie of jaarringenonderzoek.
Esther Jansma zal uiteraard onthullen hoe oud de gevonden boom is. Tevens zal de vondst in een breder geografisch en chronologisch verband geplaatst worden. Daarnaast komt het nationale belang van dit soort vondsten aan bod en wordt uitgelegd hoe dit type jaarringpatronen sinds kort wordt gebruikt om de hydrologische geschiedenis van Nederland vóór 1200 na Chr. te reconstrueren.

Uiteraard zijn alle leden van Wolfgerus welkom; maar ook iedereen die geïnteresseerd is om hier meer van te horen is van harte welkom.

De ledenvergadering wordt gehouden in het Dienstencentrum, Diederick van Haarlemstraat 3, en begint om 20.00 uur. De lezing begint om 21.00 uur.

Paul Hiel