• Archieffoto van een eerdere commissievergadering over Entrada.

    Marion Kiewik

Entrada: 'eerst bezwaren insprekers onderzoeken'

DUIVENDRECHT Onder grote publieke belangstelling vergaderde de commissie Grote Projecten vorige week in het dorpshuis van Duivendrecht over de plannen voor woningbouw op Entrada. Lezer Jan Hesterman schreef een ingezonden brief.

Verschillende insprekers presenteerden hun bezwaren tegen het voornemen van de gemeente om op Entrada 100.000m2 bruto vloeroppervlak (bvo) toe te staan, een eis van de grondeigenaren om in te stemmen met de transformatie van Entrada naar woongebied. Volgens de insprekers zal de realisatie van het plan tot een woonwijk leiden die qua hoogte en dichtheid detoneert bij het kleine dorp Duivendrecht, maar door zijn omvang tevens het woon- en leefklimaat in Duivendracht ingrijpend zal veranderen.

Minstens zo belangrijk waren hun kritische opmerkingen over het besluitvormingsproces rond het project. De vertegenwoordigers van de
Duivendrechtse bevolking in het adviesteam Entrada voelen zich niet serieus genomen, aldus de insprekers. Een ander bezwaar was dat adviesbureau Urhahn enkele ruimtelijke indicatoren zodanig zou definiëren dat van een excessieve woningdichtheid geen sprake is. Verder zou het gemeentebestuur zich volledig schikken naar de eisen van de eigenaren van Entrada, zonder te onderzoeken of die eisen redelijk zijn en waarop deze zijn gebaseerd. Ten slotte zouden gemeente en projectontwikkelaar onvoldoende rekening houden met de risico's op korte en lange termijn, en de effecten van dit complexe grootstedelijke project op Duivendrecht.

Op 6 juni wordt de volgende stap in het proces gezet. Dan stelt de gemeenteraad het programma van eisen (PvE) voor Entrada vast. Tevens zal het college van B&W de raad vragen "te besluiten dat bij de uitwerking van het PvE in de stedenbouwkundige visie aangetoond moet worden dat ook bij een maximum programma van 100.000 m2 bvo sprake is van een goed woon- en leefklimaat". Hier ontstaat toch de indruk dat het college de problematiek rond Entrada reduceert tot een rekenkundige exercitie, waarvan de uitkomst al vast ligt. Immers, de variabelen die woon- en leefklimaat bepalen zijn geen 'harde' kenmerken maar maatstaven met een hoge belevingswaarde, die voldoende ruimte laten voor een interpretatie die past binnen het PvE.

Als straks wordt vastgesteld dat op Entrada sprake kan zijn van een goed woon- en leefklimaat, dan blijft die uitkomst relatief. De omgeving van Entrada is onaantrekkelijk. Voor alleenstaanden zal dit geen grote rol spelen. Voor hen zal juist de aanwezigheid van de metro belangrijk zijn. Maar hoe oordelen gezinnen met kinderen hierover?

Wat wél vaststaat is dat het woon- en leefklimaat van de bewoners van de Zonnehof-flats er op achteruit gaat. Eerst wordt het park aan de oostkant van het complex volgebouwd en straks kijken ze aan de westzijde uit op die 100.000m2 bvo van Entrada.

Wat óók vaststaat is dat een nieuwe woonwijk die de Duivendrechtse bevolking met een kleine 50% laat toenemen, gevolgen zal hebben voor woon- en leefklimaat in Duivendrecht. Positieve en negatieve. Bij de inventarisatie van deze gevolgen blijven college en adviesbureau Urhahn steken in wat algemeenheden.

Al deze aspecten krijgen in de plannen van het college onvoldoende aandacht. Dat geldt ook voor de risico's. Een project van een dergelijke omvang vraagt om een zorgvuldige bestudering vanuit een groot aantal invalshoeken. Daaraan schort het tot nu toe. Het college lijkt verblind door één doelstelling: het overtuigen van de raad dat 100000m2 bvo verantwoord is uit het oogpunt van woon- en leefklimaat op Entrada.

Daarmee zadelt het college de raad op met een veel grotere verantwoordelijkheid dan wenselijk is. Het vraagt de raad besluiten te nemen over een groot en complex project dat op dit moment teveel open einden kent.

Het zou daarom verstandig zijn als de raad in de vergadering van 6 juni as. besluit om pas akkoord te gaan met het verzoek van het college als de bezwaren van de insprekers tijdens de commissievergadering serieus zijn onderzocht.

Jan Hesterman