• Naomi Heidinga

Kettinggesprek met Niek Heering: 'Duivendrecht: uniek pareltje'

DUIVENDRECHT Niek Heering is voorzitter van de Vrienden van Duivendrecht, een stichting die zich inzet voor het groen en kleinschalig houden van Duivendrecht. Ze woont inmiddels elf jaar in het dorp. Volgens Jo Blom heeft ze zich vanaf dag één ingezet voor het behoud van het dorp. Jo wil van haar weten: wat maakt Duivendrecht voor jou de plek om te wonen?

Hoe ben je in Duivendrecht terecht gekomen?

"Mijn moeder woonde in het verleden in De Venser in Zuidoost. We woonden toen nog bij het Amstelstation. We zochten haar geregeld op. Soms gingen we fietsen over de prachtige Rijksstraatweg en deden dan op de terugweg een drankje op het terras van Lotgenoten. Het was hier heerlijk. Dat verraste ons, we kenden Duivendrecht vooral van de flats. Het leek ons een tweede Bijlmer. We hadden het naar ons zin in onze woning, maar toen stond hier een huis te koop. De reden dat we zijn verhuisd kan ik het beste laten zien. De achtertuin grenst aan het Weitjespark. Het uitzicht is prachtig."

Waarom is de stichting Vrienden van Duivendrecht opgericht?

"We voelen hier de adem van de grote stad. Het kleinschalige van Duivendrecht en het groen, dat is tevens de kracht van het dorp. Dat moet zo blijven. Zo'n twintig jaar geleden vatte een wethouder het plan om de bestaande scholen te vervangen. Het Dorpsplein zou in dit plan meegenomen worden. Dat plan heeft nogal voeten wat in de aarde gehad. Er is jaren over gesproken. Ook toen wij hier gingen wonen, was het een belangrijk thema. Vanwege mijn betrokkenheid met het dorp wilde ik graag meepraten over de plannen. Ik mocht in eerste instantie niet zitting nemen in een overleggroep. Door bewoners zelf werd een klankbordgroep opgericht, waarin ik wel mocht deelnemen. Vanuit de klankbordgroep werd Stichting Oud Duivendrecht benaderd, met de vraag of zij hier iets in konden betekenen. Maar zij richten zich op het behoud van historisch erfgoed, in plaats van ruimtelijke ordening. Daarop hebben we de stichting opgericht."

Wat waren de plannen voor het Dorpsplein?

"Er was een megalomaan plan opgesteld voor het plein, waar uitgegaan werd van een te groot winkelcentrum voor zo'n klein dorp. Wat hebben we hier immers nodig? Je moet hier terecht kunnen voor de dagelijkse boodschappen. Met een supermarkt, drogist, bakker, slager en bloemenwinkel ben je er wel zo'n beetje. Wil je meer of iets anders? Vanaf Duivendrecht ben je zo in Amsterdam."

Wat is er uiteindelijk van de plannen terecht gekomen?

"Het Dorpsplein is aangepakt, maar wel op zo'n manier dat het past binnen het dorp. We zijn als stichting heel blij met het resultaat. Dit is bereikt na een brede participatie, waarin zowel inwoners als verschillende organisaties zijn geraadpleegd. Dat heeft geleid tot een breed gedragen ontwerp."

Worden jullie als stichting serieus genomen door de gemeente?

"Dat wisselt per onderwerp. De ene keer worden we uitgenodigd, de andere keer zijn we geen partij. De mate waarin geparticipeerd kan worden bij ontwikkelingsplannen verschilt nogal. Dit lijkt niet zo consequent te gebeuren. Voor het Amstelbusinesspark zijn wij bijvoorbeeld niet benaderd. Wat betreft de Nieuwe Kern geldt dat op de website van Amsterdam meer informatie te vinden is dan op die van de gemeente. Lang niet altijd worden onze telefoontjes en mails beantwoord. Soms gaat het na een slechte start later alsnog goed. Zoals in het geval van de Entrada. Pas zes dagen van te voren werden mensen uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. Na veel ophef is het uiteindelijk een prima participatieproject geworden. Het kan dus wel."

Waarom zet je je zo voor Duivendrecht in?

"Ik vind het een leuke plek om te wonen. Wij willen Duivendrecht groen en kleinschalig houden. Duivendrecht is een gemoedelijk stadsdorp onder de rook van Amsterdam. Het is dorps zonder dat mensen bemoeizuchtig zijn. Het is een uniek pareltje in een stedelijke omgeving."

Voor het volgende gesprek draagt ze Hans van Veggel voor, voorzitter van Beth Haim. "Ik wil hem vragen: Beth Haim ligt midden in het dorp Ouderkerk. Hoe is het met de verbondenheid van de inwoners met de begraafplaats?"